Partir vs Quebrar – Vertrekken versus breken in het Portugees

Als je Portugees leert, kun je tegen veel woorden aanlopen die op het eerste gezicht verwarrend kunnen zijn. Eén van deze paren is zeker het paar van werkwoorden partiren quebrar. Beide woorden hebben betekenissen die verwant zijn aan het Breken en Vertrekken, maar ze worden niet altijd op dezelfde manier gebruikt. In dit artikel gaan we dieper in op de gebruik en nuances van deze twee woorden zodat je ze beter kunt begrijpen en correct kunt gebruiken in het Portugees.

Het werkwoord partir komt van het Latijnse woord partire en kan verschillende betekenissen hebben. In de meest gangbare zin, betekent het “vertrekkenof “weggaan”. Bijvoorbeeld:

Eu vou partir amanhã para Lisboa. (Ik vertrek morgen naar Lissabon.)

In dit geval, is het duidelijk dat partir betekent “weggaanof “vertrekken”. Echter, partir kan ook “brekenbetekenen in de zin van iets in stukken verdelen. Bijvoorbeeld:

Ele partiu o pão ao meio. (Hij brak het brood doormidden.)

In deze context, betekent partir dus “brekenof “in stukken verdelen”.

Het werkwoord quebrar, aan de andere kant, betekent meestal “brekenin de zin van het kapotmaken of beschadigen van iets. Bijvoorbeeld:

Ela quebrou o vaso. (Zij brak de vaas.)

Hier is het werkwoord quebrar duidelijk gebruikt om aan te geven dat iets is gebroken of beschadigd. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld:

Quebrar promessas. (Beloftes breken.)

Het is belangrijk om te weten dat hoewel partir en quebrar beide “brekenkunnen betekenen, ze niet altijd uitwisselbaar zijn. Partir heeft de connotatie van het verdelen in stukken, terwijl quebrar meer de connotatie heeft van het beschadigen of kapotmaken.

Een andere belangrijke nuance is dat partir vaak gebruik wordt om het vertrek van personen aan te geven, terwijl quebrar bijna altijd gebruikt wordt om fysieke objecten te beschrijven. Bijvoorbeeld:

Eu parto amanhã para o Brasil. (Ik vertrek morgen naar Brazilië.)

Ele quebrou o vidro. (Hij brak het glas.)

Het is ook de moeite waard op te merken dat het werkwoord partir in de tegenwoordige tijd sterk lijkt op de vervoegingen van andere regelmatige werkwoorden op -ir, zoals abrir (openen) en decidir (beslissen):

Eu parto, tu partes, ele/ela parte, nós partimos, vós partis, eles/elas partem.

Voor quebrar, dat een regelmatig werkwoord op -ar is, zijn de vervoegingen als volgt:

Eu quebro, tu quebras, ele/ela quebra, nós quebramos, vós quebrais, eles/elas quebram.

Het is essentieel om deze vervoegingen te kennen omdat ze je zullen helpen de werkwoorden correct te gebruiken in verschillende tijden en contexten.

Daarnaast, kun je ook samengestelde werkwoorden tegenkomen die deze basiswoorden bevatten. Bijvoorbeeld:

Repartir (hervertrekken of opnieuw vertrekken)
Quebrantar (verzwakken of breken)

Het is goed om deze te herkennen en hun betekenissen te begrijpen, omdat ze vaak in het dagelijks gebruik voorkomen.

Tot slot, is het belangrijk om veel te oefenen en de verschillende contexten te leren waarin partir en quebrar gebruikt worden. Hoe meer je oefent, hoe meer vanzelfsprekend het zal worden om de juiste keuzes te maken bij het spreken en schrijven in het Portugees. Veel succes met je taalstudie!

Leer 5x sneller een taal met AI

Talkpal is een AI-gestuurde taaltutor. Leer 57+ talen 5x sneller met revolutionaire technologie.